Bereiding
Sinaasappel curd
1
Begin met het raspen van de sinaasappels. Zorg er bij het raspen voor dat je alleen het oranje deel raspt en niet het witte deel meeneemt.
Het witte deel is bitter, dus als dat in je curd terecht komt, smaakt het niet lekker.
2
Daarna snijd je de sinaasappels in tweeën en knijp (of pers) je het sap eruit. Haal eventueel meegekomen pitjes uit het sap.
3
Splits de eieren in eierdooiers en eiwitten. Alleen de eierdooiers gebruik je voor de curd. Eiwitten kun je bijvoorbeeld gebruiken voor
meringue. Als je de eiwitten nog gaat gebruiken, moet je zorgen dat er geen eierdooier bij de eiwitten komt,
dat kan ervoor zorgen dat je de eiwitten niet meer kan opkloppen.
4
Doe je de boter, suiker, sinaasappelrasp en het sinaasappelsap in een kom.
Verwarm dit
au bain-marie en roer af en toe met een garde.
5
Als de boter is gesmolten en de suiker (grotendeels) is opgelost, voeg je ook de eierdooiers toe en blijf dan goed roeren.
Als je de eierdooiers eerder toevoegt of als je niet genoeg roert, heb je kans op omelet-vorming.
6
Als ook de eierdooiers opgenomen zijn, moet je je geduld gaan gebruiken.
De eierdooiers en de warmte zorgen ervoor dat het hele mengsel wat dikker van consistentie wordt.
Het doel is dat de curd (in warme toestand) ongeveer net zo dik is als magere yoghurt, zie ook het filmpje.
7
Soms is je geduld niet genoeg en dan kun je wat bloem toevoegen (daarna goed roeren!) om te zorgen dat de curd dikker wordt.
Voeg niet teveel bloem toe, want dan smaakt je curd naar brood.
Tip
sinaasappel curd is in de koelkast, in een afgesloten pot, ongeveer twee weken houdbaar. Hij wordt dan wel een stuk dikker.
Wil je hem voor gebruik weer wat vloeibaarder hebben, haal hem dan op tijd uit de koelkast en warm het desnoods weer even au bain-marie op.
Resultaat